Micha
Titel : Micha triptiek 1991
Formaat : 3 x 93,5 x 122
Techniek : lood, ijzer en houtassemblage, gem.techniek, olieverf op linnen
Titel : Micha triptiek 1991
Formaat : 3 x 93,5 x 122
Techniek : lood, ijzer en houtassemblage, gem.techniek, olieverf op linnen
Titel : Micha
3 – luik geïnspireerd op verschillende teksten
uit het bijbelboek Micha ( 1991 )
Techniek : lood, ijzer en hout assemblage
olieverf op linnen, bevestigd op spaanplaat
papiermaché, touw, zand en zaadstructuren
Formaat : 3 x 93,5 x 122
Thema : Drie ver – gezichten van Micha:
Vanuit het Niets, de oerchaos; woest en ledig (paneel 1),
naar groei, ordening, beginnen met werken al is het nog donker (paneel 2), tot bloei; de oogst van de Vrede (paneel 3)
De drie panelen zijn zowel op zichzelf staand,- zelfstandig in hun beeldtaal-, alswel te zien, te ‘lezen‘ in hun onderlinge samen-hang.
Kijkend naar de beeldmiddelen, lezen we de beeldtaal van links naar rechts:
Compositie:
Er loopt een doorlopende lijn, een ronding door de afzonderlijke panelen; de krommende horizon van de aarde. Een opgang door de tijd buiten de menselijke kaders van waarneming
Licht :
Vanuit de absolute duisternis en leegte (paneel 1), naar het schemerdonker; mist voor het ochtendgloren (paneel 2), naar de komst van het Licht; de nieuwe dag(eraad) (paneel 3). Door het clair-obscur contrast wordt de kracht van het opkomende Licht versterkt.
De zelfstandige panelen :
Paneel 1 : ‘Nacht zonder Gezicht’
(vrij naar Micha 3; 6 “Daarom zal het nacht voor U
worden, zonder gezicht”)
donker onbenoembaar
zwart nog dieper
onuitspreekbaar troosteloos
spoelt loom en zwaar
schuim over mijn voeten
over mijn weg
weg zink ik, loodzwaar
alleen
niet wetend waarvan
het komt of met mij
heen zal gaan: mijn nacht
heeft geen gezicht
Er is duisternis in een mensenleven die een gezicht heeft; een aanwijsbare oorzaak, een herkenbaar verdriet, een (be)grijpbaar gemis of tekortkoming. maar er is ook een niet te (om)vatten droefenis die zich onnavolgbaar meester kan maken van een mens. Soms geleidelijk, soms plotseling; een zuigend zwart gat, een ongrijpbare zwaarmoedigheid die je meetrekt en waaruit geen ontkomen aan lijkt:
een eigen nacht
al is het licht
van anderenom je heen
onbereikbaar ver
ben je nog
zonder uitzicht
zonder gezicht
je zou willen roepen
maar je lippen geven geen geluid
onhoorbaar ver ben je
je zou willen opstaan
maar loodzwaar drukkend
onbeweeglijk vast zit je
je zou willen zien
maar er is geen licht
ver weg ben je
en tastend raak je
aan het niets
vanuit mijn diepte
roep ik tot U
Heer, hoor mij
zie mij aan
Paneel 2 : ‘De hand aan de ploeg slaan’
( vrij naar Micha 4; 3 “dan zullen zij hun zwaarden tot
ploegscharen omsmeden”)
nog is het nacht
en de dageraad ver
toch in die nacht
zal de macht
van de nacht
staalhard zacht gebroken worden
gescherpt zullen speren
omgesmeed tot messen
de aarde in voren trekken
damp stijgt op
de aarde wacht
zaad dat weldra zal komen
ontkiemen in het licht
dat komt
Een oproep; sta op, ga aan het werk, begin in ’s hemelsnaam; ergens moet iemand beginnen, opdat er na ploegen en zaaien in de voren, er een oogst zal komen op de akker van de wereld. Zwoegen in het schemerduister, brengt de oogst aan het licht.
Paneel 3 : ‘Het komende Vrederijk’
( vrij naar Micha 4; 4 – 5 “Ieder zal zitten onder zijn wijnstok en onder zijn vijgenboom zonder dat iemand hem opschrikt. Wij zullen wandelen in de Naam van de Heer onze God, voor altoos en immer” )
bijna, bijna on – aards
en menselijk gesproken
on – mogelijk; niet van onze wereld
hoe zou dat kunnen?
hoe zou dat moeten?
hoe zou dat ooit
kunnen beginnen?
een droom, bijna
het is een ver gezicht
die doorbraak, groei
bloei van een nieuwe tijd
vreugde is uittocht
een nieuwe dag
met een gezicht
het aangezicht
dat begint
in de geboorte
van Zijn kind
Een oproep; sta op, ga aan het werk, begin in ’s hemelsnaam; ergens moet iemand beginnen, opdat er na ploegen en zaaien in de voren, er een oogst zal komen op de akker van de wereld. Zwoegen in het schemerduister, brengt de oogst aan het licht.
Paneel 3 : ‘Het komende Vrederijk’
( vrij naar Micha 4; 4 – 5 “Ieder zal zitten onder zijn wijnstok en onder zijn vijgenboom zonder dat iemand hem opschrikt. Wij zullen wandelen in de Naam van de Heer onze God, voor altoos en immer” )
bijna, bijna on – aards
en menselijk gesproken
on – mogelijk; niet van onze wereld
hoe zou dat kunnen?
hoe zou dat moeten?
hoe zou dat ooit
kunnen beginnen?
een droom, bijna
het is een ver gezicht
die doorbraak, groei
bloei van een nieuwe tijd
vreugde is uittocht
een nieuwe dag
met een gezicht
het aangezicht
dat begint
in de geboorte
van Zijn kind


























